




4 Februari
Workshop gegeven door Anja Reijmers
Samenvatting geschreven door Jennifer van Huizen en Anouk Wissing
In grote lijnen komt de workshop voort uit het boek: ‘Theorie und Praxis des therapeutischen Puppenspiels’
Alle sprookjes willen de kinderen iets leren van de wereld,elk sprookje bevat namelijk een boodschap. Bijvoorbeeld; Roodkapje. De boodschap in dit sprookje luidt als volgt; altijd naar je moeder luisteren, op het rechte pad blijven en niet met vreemde mensen meegaan.
In de Nederlandse cultuur bevatten sprookjes vaak een hoofdfiguur (gespeeld door een jong meisje),tegenstander (heks/ oudere vrouw) en een redder (jonge man).
Sprookjes geven aan kinderen een belangrijke boodschap, maar als therapeut is het ook belangrijk dat je naar het verhaal van het kind luistert, bevat dit verhaal een boodschap uit het alledaagse leven?
Binnen dramtherapie worden sprookjes vaak uitgespeeld, kinderen leren door te spelen en het doen alsof. Het spel is de taal van het kind.
In de workshop is de ‘Dreierdynamiek’ (dynamiek van 3) uitgelegd.
Dit houdt in dat je met drie voorwerpen, drie figuren en één plek altijd een verhaal hebt.
Stap 1: het kind kiest drie voorwerpen
Stap 2: het kind kiest drie poppen ( eerst de drie voorwerpen, omdat het kind anders de voorwerpen aan de poppen koppelt)
Stap 3: waar speelt het verhaal zich af?
Stap 4: het decor bouwen
Stap 5: wat zijn de karakters van de poppen?
Stap 6: rolverdeling tussen therapeut en cliënt
- prologonist: identificatie hoofdpersoon
- antagonist: de tegenstander, die de prologonist vaak in de problemen werkt
- triogonist: kiest de kant van de prologonist óf antagonist
als therapeut is het belangrijk dat je bewust bent van de keuzes die de cliënt maakt.
Stap 7: hoe begint het verhaal? En hoe gaat het verder?
Stap 8: spelen
Stap 9: een tekening maken van het verhaal
Stap 10: een gesprek waarin de therapeut in het verhaal blijft, wanneer de cliënt de therapieruimte heeft verlaten, schrijft de therapeut het verhaal op.
Tijdens de workshop is de methode uitgevoerd in zes groepen.
In de nabespreking kwamen de volgende behoeften van kinderen naar voren tijdens het poppenspel:
- strijd
- happy end
- saamhorigheid
- contact maken
Wanneer je met deze methode wilt werken kun je analytisch werken, waarbij je de cliënt volgt.
Je kunt ook gedragstherapeutisch werken waarbij de gespeelde rollen van de cliënt en therapeut omgedraaid worden, op deze manier wordt het kind bewuster van zijn eigen verhaal met zijn aandeel hierin.
Het doel van deze methode: het verwerken door het als ware opnieuw te beleven.
The story of the Child


