




Symbols of communication
woensdag 05-02-2014
Presentatie gegeven door: Claudia Spindler
Samenvatting geschreven door: Marisa & Manon
De presentatie "Symbols of communication" gehouden door Claudia Spindler van de hogeschool Nordhausen ging over verschillende symbolen in de communicatie en over verschillende manieren om te communiceren.
De presentatie bestond deels uit verklaringen en theoretische achtergrond maar ook uit oefeningen waarin men juist de belangrijke punten vanuit de theorie kon ervaren.
De symbolen van communicatie kunnen in verschillende landen en culturen erg verschillend zijn en andere betekenissen en waarde hebben. Maar symbolen zijn er wel voor om, de anders soms heel moeilijke, communicatie wat makkelijker te maken.
In eigenlijk elk gebied van het leven vindt men symbolen, zo ook in vele verschillende disciplines van de wetenschappen. Er zijn bijvoorbeeld symbolen om de taal van de wetenschappen globaler te maken.
Mensen communiceren en interpreteren boodschappen vanuit hun eigen cognitieve schema's.
Deze schema’s zijn niet bij alle mensen gelijk en kunnen heel erg verschillen. Hierdoor zijn communicatie en interpretaties van alles wat gezegd wordt maar ook van beelden, foto’s, symbolen, non-verbaal gedrag, etc. verschillend.
Hoe dingen over komen en door een gesprekspartner opgevat worden is volgens de theoriticus Watzlawick altijd afhankelijk van het inhoud- en het betrekkingsniveau. Binnen een oefening werd erg duidelijk dat ook non-verbaal gedrag een soort van communicatie is en dat het niet mogelijk is dat mensen niet communiceren.
Eens begonnen met het non-verbaal gedrag kwam ook het belang van lichaamstaal zoals houding, mimiek en gebaren aan bod. Dat men door non-verbaal gedrag ook communiceert is voor "gezonde" mensen misschien niet altijd duidelijk of ze zijn zich hier niet de hele tijd bewust over. Anders is dit bij mensen die bijvoorbeeld niet kunnen horen en spreken. Deze mensen maken juist gebruik van gebarentaal, dit is dan een zoegenoemd "non-electronical support". Er bestaan ook computertjes waarmee men kan schrijven om met anderen te communiceren, deze vorm van hulp is dan een "electronical support".
Zoals al eerder werd aangegeven is binnen deze presentatie ook gebruik gemaakt van oefeningen. Om jullie een uitgebreidere indruk te geven van deze presentatie zullen we daarom nu de oefeningen bespreken. Als eerste kregen we een voorstel rondje. Hierbij zei je je naam en iets wat je leuk vond wat begon met de zelfde letter waarmee je naam begon (voorbeeld: I’m Claudia and I like Chinees food). Daarna kregen we een oefening die liet zien hoe ingewikkeld communicatie (met twee voorwerpen, in dit geval 2 knuffeldieren) kan zijn. We zaten in een kring. Er werd hierbij rechtsom een konijn door gegeven en linksom een beer. Er werd hierbij telkens de vraag ‘’what is it’’ gesteld? Deze vraag ging de rij terug naar claudia, die dan antwoorden It’s a rabbit of It’s a bear. Vervolgens werd dit antwoord weer doorgegeven naar de persoon die aan de persoon met de knuffel in de hand vroeg ‘’what is it’’. Zo ging het rondje af terwijl je (wanneer de beer en het konijn waren gekruist) telkens het antwoord of de vraag moest doorgeven. Vervolgens kregen we meerdere opdrachten achter elkaar. Er werd ons gevraagd of we een hond en muziekinstrument wilden tekenen. Daarna moesten we omschrijven waarom een pinguïn een vogel is en wat typische kenmerken zijn van een vogel. Ook moesten we een bezoek aan de bioscoop omschrijven. Bij alle dingen die we omschreven of tekende heb je een beeld, oftewel een schema genaamd. Zo tekende veel mensen een hond vanaf de zijkant en niet vanaf bijvoorbeeld bovenaf. En beschreven mensen in het verhaal van het bezoek aan de bioscoop vaak het kopen van een ticket of popcorn. Dit zijn vaak de standaard beelden die bij ons opkomen als we denken hieraan. Bij de opdracht die volgde kregen we een getekende (wat abstracte) foto te zien. Hierbij werd ons gevraagd wat we zagen. Er kwamen verschillende antwoorden en interpretaties. Dit liet zien dat we via een non-verbale manier vaak al interpretaties hebben. Daarna kregen we meerdere zinnen te zien die we op een non-verbale manier moesten uitdrukken in groepjes van drie. Eerst zagen de groepsgenoten de zin en was het niet moeilijk om te raden. Daarna kregen de groepsgenoten de zin niet te zien en moesten het daarna proberen te raden, dit om te laten zien dat het zonder achtergrond informatie moeilijker is om te interpreteren. Als laatste kregen we de opdracht om met het vingeralfabet (die als afbeelding via de beamer werd getoond) onze naam uit te beelden naar anderen.